De Brug

Bouwhistorie

Het huis te Heenvliet, beter bekend als Ruine Ravesteyn is het restant van het kasteel gebouwd omstreeks 1230.

Heenvliet betekent het huis of heim aan een stroom of vliet. Die stroom, de Bernisse, vormde een doorvaartroute van Vlaanderen naar Vlaardingen.

 

Het kasteel maakte deel uit van een verdedigingssysteem van vijf kastelen, waarvan Ravesteyn het grootste was.

In het noorden lag Blydesteyn, nu weer te zien aan de Donjonstraat in Heenvliet, in het oosten Wyelesteyn, in het zuiden Leeuwesteyn en in het westen Blicksteyn.[1],[2]  Op Wyelesteyn is het latere ambachtshuis gelegen aan de Markt gebouwd. De fundamenten van Leeuwesteyn liggen in een weiland aan de Drieëendijk, achter het bedrijf van Dick Klok.

Ook in Abbenbroek was een woontoren, waarvan de fundamenten onder de Vijverstraat liggen. In Geervliet was het Hof van Putten. De fundamenten daarvan liggen ten zuiden van de kerk, deels onder de Groene Kruisweg. Op het hof van Putten heeft de Ruwaard Cornelis de Wit recht gesproken.

In Spijkenisse stond een woontoren gebouwd op een kreekrug ten noorden van de woonkern. Na sloop van de oude toren werd de Hooge Werf opgeworpen, waarop een boerderij is gebouwd, deze is in 1966 afgebrand. Op deze plaats staat nu het huis van de familie Baris.

 

Halverwege de 14e eeuw werd in Heenvliet aan de oostzijde van de donjon een woonvleugel gebouwd, waardoor de gracht verlegd moest worden. Rond ongeveer 1450 volgde een tweede uitbreiding aan de zuidzijde. Tijdens de opgravingen is hier onder andere de brugkelder gevonden.

 

In 1489 tijdens de inval van de Hoeken onder leiding van jonker Frans van Brederode zijn de dorpen Heenvliet en Abbenbroek in brand gestoken en ook de donjon is toen aangetast. De heer verhuisde daarna naar een comfortabeler huis aan de haven in het centrum van Heenvliet, wat nu de Markt is.

 

In 1572 is de burcht door de watergeuzen in brand gestoken.

 

In 1960 is bouwhistorisch en archeologisch onderzoek gedaan door prof. Renaud. Deze legde de overblijfselen van de eerste en tweede uitbreiding bloot en vond de ingangspartij met de brugkelder aan de zuidzijde van de oostelijke uitbreiding.[3] Bij het leegpompen van de slotgracht in maart 2008 waren de overgebleven stompen van deze brug nog te zien. Tijdens de restauratie in de jaren zestig van de vorige eeuw is een eenvoudige brug aangelegd in de richting van de ingang van de donjon, deze slaat echter niet terug op een vorige situering.

Inmiddels is deze brug vervangen. Dit was hard nodig, mede gezien de veiligheid van de meer dan 4000 bezoekers, die de ruine per jaar bezoeken.

 

Het valhek

De toren van Heenvliet heeft een valhek gehad. De valheksleuf in de oostmuur boven de ingang is nog steeds aanwezig. De aanwezigheid van een valhek of portcullis in Nederland is volgens bouwhistoricus en kasteeldeskundige Laurens Smals een unicum.[4]

 

De bruggen van het kasteel

De eerste brug daterend uit circa 1230, ten tijde van de bouw van de donjon, was vermoedelijk rechtstreeks richting de entrée met valhek gesitueerd. Of hier ook een valbrug was is niet zeker, maar lijkt gezien de aanwezigheid van het valhek onwaarschijnlijk.

Vrijwel zeker is er geen ophaalbrug geweest, deze waren van later datum.

 

Ruim honderd jaar later, circa 1350, bij de uitbreiding aan de oostzijde van de donjon is er een nieuwe brug gemaakt met een brugkelder zoals door Renaud aangegeven. De brugkelder was nodig voor een valbrug. Hierbij is het dek, de val of klap, aan een zijde scharnierend opgehangen. De klap kan worden opgehaald of neergelaten. De oudste vorm is te vinden aan burcht-en vestingpoorten. De klap wordt met kettingen die over katrollen lopen van binnen uit de poort opgehaald en fungeert dan tegelijk als afsluiting van de poortopening.[5]

 

Kasteelbruggen in de omgeving van Heenvliet.

Door de tekenaar Roelant Roghman zijn in de 17e eeuw vele tekeningen van kastelen gemaakt, velen met een brug.

Van de donjon van Heenvliet heeft hij wel tekeningen gemaakt,echter zonder een brug. (afb. 1)

De rotterdamse archeoloog en geschiedkundige C. Hoek heeft een reconstructietekening gemaakt gepubliceerd in het regionaal-historisch tijdschrift Holland.[6] Hij laat een eenvoudige brug zien direct naar de ingang van het kasteel. Het heeft slechts een leuning met een plank op halve hoogte (afb. 3).

 

Een mooi lokaal voorbeeld van een brug is die van het Hof van Putten te Geervliet. (zie afb. 3 ). Het is een eenvoudige brug (wel met ophaaldeel) de spijlen waaraan de leuning is bevestigd staan precies boven de staanders waarop de brug rust. Ook hier een plank op halve hoogte. De brug gaat rechtstreeks op de ingang van het kasteel af.

 

Discussie

Er zijn twee bruggen geweest.

De eerste dateert van de bouw van het kasteel rond 1230. Deze brug liep rechtstreeks op de ingang af, had wel of geen valbrug. De kasteelingang was voorzien van een valhek.

De tweede brug dateert van de eerste uitbreiding aan de oostzijde van de donjon ca 1450. Deze brug had gezien de brugkelder zeker een valbrug.

De vraag is nu welke van de twee historische bruggen komt het meest in aanmerking om te reconstrueren.

Praktisch gezien gaat de voorkeur uit naar de brug direct naar de kasteelingang.

Gezien het grote aantal bezoekers is het namelijk niet wenselijk dat deze de opgravingsrestanten van de oostelijke en zuidelijke uitbreiding verstoren.

Als het valhek in ere hersteld wordt laten we toestand van de bouwperiode van de donjon zien.

Het valhek is een uniek iets in Nederland en daarbuiten.

Inmiddels is in overleg met de afdeling Archeologie van de Dienst Rijksmonumenten gekozen voor een brug gericht op de ingang van de kasteelruine met zo min mogelijke verstoringen van de archeologische waarden.

Van de Provincie Zuid-Holland is subsidie verkregen om de nieuwe brug te maken en om de ruine zelf te restaureren. Dit laatste hield voornamenlijk verbeteren van het voegwerk in.

De restauratie is eind januari 2018 voltooid.

Een valhek zal in de komende jaren geplaatst worden.

Afb 1 Roghman Heenvliet

Afb.2 Reconstructie Hoek

Afb. 3. Roghman: Hof van Putten Geervliet

[1] Don,P., De Nederlandse Monumenten van Geschiedenis en Kunst. Voorne Putten, Zwolle 1992, p.380-381.

[2] Kuipers, M.J., e.a.,Ruines in Nederland,Zwolle 1997, p.279-282.

[3] Renaud,J.G.N., De ruine van het Huis te Heenvliet,Bull. K.N.O.B. 64 (1965),blz.110 – 117.

[4] Aarts,B., e.a., Ambitie in steen, Wijk bij Duurstede, 2012, blz. 93-95.

[5] Haslinghuis, E.J., e.a., Bouwkundige termen, Leiden 1997, blz. 107,108.

[6] Hoek, C., Holland,vierde jaargang, nummer 5,oktober 1972, blz. 219.

sultaat mag er zijn.