Willem Speekenbrink

Bij het werk van Willem Speekenbrink valt telkens weer de fascinatie voor uitersten, voor extremen en tegenstellingen op. Een fascinatie voor zaken, dingen en begrippen die begrenzingen of juist vrijheid, openheid bieden. Fascinatie voor het individu tegenover de massa. Fascinatie voor dat wat men doorgaans als mooi en dat wat men veelal als lelijk bestempeld. Tegenstellingen tenslotte die ons zo na zijn dat het benoemen ervan vreemd genoeg
haast banaal is: oorlog en vrede, leven en dood.

 

Voorbeeld van leven is de eicel in al haar stadia.
In de tuin hangt aan een moerbeiboom een beeld van brons; voorstellende een bevruchtte eicel, in haar stadium van acht cellen dat pas na zes dagen het moerbeistadium bereikt van 150 cellen. De fascinatie voor een ontwikkeling die nog geen enkel zicht geeft op het uiteindelijke resultaat. Een resultaat dat zowel het meest gruwelijke als het schoonste in
zich kan dragen.

 

In de apsis van de Sint Maartenskerk waar normaal het altaar staat is nu een beeld
geplaatst waarmee de dood onherroepelijk verbonden is, een bom. De kern van deze sculptuur is gebaseerd op de ‘Fat Man’ bom die op 9 augustus 1945 dood en verderf bracht in het Japanse Nagasaki. De bom ligt diep verhuld onder vele lagen. Stevig ingepakt in lagen van schoonheid. In de hoop dat ons op deze wijze een dergelijke ontploffing wordt bespaard.