Pepijn van den Nieuwendijk

Na zijn afstuderen in 1995 verlegde Pepijn van den Nieuwendijk zijn aandacht van vormgeving naar illustraties en schilderijen, en werkte sindsdien vooral in gouache en olieverf. 

 

In 2002 kreeg het kunstenaarscollectief De Artoonisten, waarin hij participeerde, de opdracht om een monument voor striptekenaar Marten Toonder (1912-2005) te maken. Bij deze opdracht kwam hij in aanraking met keramiek en begon hiermee zelf steeds vaker te experimenteren. Het resultaat waren sculpturen, waaronder het macabere Hollandsch Welvaeren, de onnozele Vliegenpaus, de vrolijke Mummie van een Hond en Afterwar Delight, dat een lezende soldatenmuis verbeeldt. Het medium zou een steeds belangrijkere plaats in het Cirque de Pepin gaan innemen. Wezentjes die eerder zijn schilderijen hadden bevolkt, kregen nu een driedimensionale vorm en een keramieken pels of verentooi. In 2008 nam Van den Nieuwendijk deel aan een project in de Fule International Ceramic Museums (FLICAM) in Fuping, China. Hierdoor werden niet alleen de Fuping birds toegevoegd aan de bevolking van zijn schilderijen, maar werd ook zijn belangstelling voor oosters porselein aangewakkerd (in 2010 en 2013 werkte hij tevens in China in de stad Jingdezhen). Kort daarop volgde een belangrijke opdracht van de Gasunie in Groningen, waarvoor De Drie Tsarina’s van het onderaardse koninkrijk het leven zagen. 

De kunstenaar legt uit: ‘Dergelijke polychrome werken zijn uitgevoerd in majolica techniek, die ik baseer op de prachtige majolica uit Renaissance Italië. Zo maakte ik ook een parodie op een Duitse baardmankruik in de kleuren van Italiaanse Majolica’.